Stress op het werk: hoe komt het en wat kan je eraan doen?

Elk jaar breng je heel wat van je tijd door op het werk. Daarom dat het zo belangrijk is om je er goed in je vel te voelen. Anders vreet het je helemaal op in je privéleven. Maar wat veroorzaakt nu net die stress die je ervaart? En wat kan je ertegen beginnen? 

Stress door je baan, het kan echt iedereen overkomen. Experts zien het verschijnsel in werkelijk alle sectoren. En zelfs bij mensen die hun werk eigenlijk dolgraag doen. Verschijnsels als onzekerheid, krappe deadlines en te veel werk op de plank zijn inderdaad de belangrijke factoren daarbij.

Maar het gaat dieper dan dat. En troost je: het ligt wellicht niet aan je attitude.

HET PROBLEEM: EEN NIET-EFFICIËNTE WERKOMGEVING

Het feit dat je stress ervaart, komt in heel wat gevallen doordat de eisen van je werkgever niet matchen met jouw specifieke sterktes. Kortom: met wat jijzelf kan bijdragen aan de onderneming.

Om even een voorbeeld te geven: sommige jobs vragen flink wat planning, structuur en orde. Ideaal als jij daar goed in bent, maar een ramp als je eerder chaotisch van aard bent. Zelfs bij heel wat inspanningen van jouw kant, is het dan goed mogelijk dat je vrij gestresseerd blijft.

Die specifieke sterktes en interesses van je kunnen er daarnaast ook voor zorgen dat je weinig plezier in je huidige job ervaart. Of het te weinig als uitdaging ziet. Je werk wordt dan een zwaardere opdracht, met de nodige stress.

WAT IS TE VEEL STRESS?

Neem jezelf eens goed onder de loep. Kijk of je met volgende zaken te maken krijgt:

Herken je jezelf hierin? Dan worstel je wellicht met overtollige stress.

Neem deze signalen zeker serieus. Want als deze stress op het werk te lang aansleept, kan het eindigen in een burn-out of depressie. Zaken die ook je privéleven sterk zullen aantasten. Voorkomen is dus beter dan genezen.

WAT ER TEGEN TE DOEN?

  • Stel prioriteiten. Zoek uit welke taken het belangrijkste zijn en verlies jezelf niet aan de minder belangrijke aspecten van je job.
  • Durf daarbij ook soms ‘neen’ te zeggen. Misschien stel je iemand teleur, maar dat is nog altijd beter dan vlak voor de deadline beseffen dat je deze niet zal halen.
  • Maak ook elke dag weer een to-dolijstje. Je zal ervan versteld staan hoeveel dat je gepieker doet verminderen.
  • Zorg voor vrije tijd. De boog kan niet altijd gespannen staan, toch? Zet op die momenten ook je werkgsm uit en check geen e-mails. Anders laden je batterijen nooit op.

En vooral: signaleer je problemen aan je werkgever en vraag hulp van collega’s. Sommige taken kan je echt wel aan anderen overlaten. Zelfs een beetje hulp kan de boel al stevig verlichten.

BESEF OOK DAT STRESS NIET ALTIJD IETS SLECHT IS

Stress kan namelijk ook heel motiverend werken. Een gezonde dosis ervan doet je een tandje bijsteken, zodat je je doelen eens zo goed haalt. Zeker als de jobinhoud helemaal matcht met wie je bent.

Kortom: kortstondige pieken van stressen zijn dus niet alarmerend. Belangrijk is wel dat je deze pieken snel helpt voorbij te laten gaan, door voldoende rust en afleiding.

  • Hoe verzorg je een piercing?

    Wie een piercing laat zetten, moet rekening houden met een genezingsproces. Om dat vlot te laten verlopen is een goede verzorging noodzakelijk, ook wanneer de wonde al genezen is. Wij geven enkele tips.

    Persoonlijke hygiëne is logischerwijs de sleutel, vooral tijdens de geneesperiode. Uiteindelijk is een piercing op dat moment een wonde en moet je die dus ook zo beschouwen én behandelen. Hoe lang het duurt voor een piercingwonde geneest, hangt af van de plaats van de piercing en de nazorg.

    ALGEMENE TIPS

    • Meteen na het piercen wordt de plaats waar je een piercing liet zetten rood en zwelt ze op. Na enkele dagen verdwijnt de roodheid en eventuele pijn. Is dat niet zo? Neem dan contact op met een dokter.
    • Terwijl de wonde geneest, mag je de piercing niet verwijderen. Tenzij je allergisch reageert. Anders groeit het gaatje dicht en is er infectiegevaar. Een piercingsgaatje groeit dicht na enkele dagen.
    • Zorg ervoor dat het ringetje of staafje tijdens de periode van genezing voldoende ruimte krijgt: het mag niet te strak maar ook niet te los zitten. Raak de piercing ook zo min mogelijk aan en wanneer je dat toch doet, was dan eerst je handen grondig.
    • Gebruik rond de piercing geen make-up of parfum tijdens het genezingsproces.
    • Heb je een navel- of tepelpiercing? Draag dan in het begin geen strakke (of vuile) kledij. Je vermijdt maar beter wrijving.
    • Douche niet te lang en zorg ervoor dat er geen zeep of shampoo achterblijft rond de piercing. Ga de eerste drie à vier weken (bij een navelpiercing 2 maanden) niet zwemmen. Ook bubbelbaden, sauna’s ven zonnebanken vermijd je maar beter.
    • Word je zwanger tijdens het genezingsproces van je piercing, dan kan het iets langer duren voor de wonde helemaal geneest. Verzorg de wonde dan ook extra goed en laat ze eventueel af en toe controleren door je dokter.

    ZO VERZORG JE DE WONDE

    Een piercing is in het begin niet meer dan een open wonde. En daar kunnen dus bacteriën in terecht komen die kunnen zorgen voor gevaarlijke en vooral pijnlijke infecties. Een goede wondverzorging is dus van heel groot belang:

    • Was de wonde en de plaats errond twee keer per dag met een milde zeep zonder parfum, tot de wonde helemaal genezen is. Na 1 maand kan je afbouwen naar 1 keer per dag spelen. Na het wassen dep je de wonde volledig droog met een propere handdoek of tissue.
    • Smeer geen vaseline of zalf op de wonde en gebruik geen desinfectiemiddelen. Die vertragen de genezing. Wel kan je de huid rond de piercing met een verdunde en warme zeezoutoplossing inwrijven. Dat versnelt de genezing en remt infecties af.
    • Gebruik, tenzij tijdelijk om te sporten, geen pleisters op de piercing.
    • Vraag specifieke wondverzorgingstips, afhankelijk van en specifiek voor de plaats waar je een piercing laat zetten, aan je piercer of aan je dokter.

  • Wat zijn de mogelijke oorzaken van haaruitval?

    Kammen, borstelen, stijlen, krullen, drogen ... we doen ons haar dagelijks wat aan. Bovendien gebruiken we heel wat shampoos en conditioners, maar werken al deze dingen haaruitval in de hand? Lees verder voor meer informatie. 

    Onze lokken kunnen best tegen een stootje, maar door veel hitte te gebruiken op onze haren kunnen ze gemakkelijker breken. Kleuringen waarbij een deel van onze haardos gebleekt wordt, hebben hetzelfde effect. Wanneer veel lokken daadwerkelijk breken, lijkt ons haar een heel stuk dunner en komen haren die aan het einde van hun levensduur zijn makkelijker los tijdens het kammen of wassen. Geen nood, dit is een natuurlijk verschijnsel waar we nu eenmaal mee moeten leven. Het is wanneer het gemiddeld aantal verloren haar per dag drastisch toeneemt en lijdt tot overmatig haarverlies, je aan de alarmbel moet trekken. Dan is er namelijk sprake van abnormaal haarverlies.

    Verschillende soorten kaalheid

    • Pleksgewijze kaalheid

    Bij pleksgewijze haaruitval (ook wel gekend als alopecia areata) valt je haar plots uit op een bepaalde plaats. Hierdoor ontstaan ronde of ovale kale plekken in ‘normaal’ haar. De haaruitval komt meestal voor op het hoofd, maar is ook mogelijk in de wenkbrauwen, de baard of het schaamhaar. Meestal groeit er na verloop van tijd opnieuw haar op de getroffen plekken.

    • Diffuse kaalheid
    • zwangerschap
    • sommige medicijnen
    • alcoholmisbruik
    • roken
    • ernstige ziektes met hoge koorts
    • schildklierziekten
    • bloedarmoede

    Deze haaruitval verspreidt zich over je hele hoofdhuid. Gelukkig is dit maar een tijdelijke kaalheid en lijdt dit zelden tot volledige kaalheid.

    • Traumatische kaalheid

    Hier krijg je kale plekken op je hoofd door kapsels waarbij er aan je haar wordt getrokken (zoals een paardenstaart) of door constant dwangmatig aan je haren te trekken.

    Typische voorbeelden hiervan zijn het haarverlies op het voorhoofd bij vrouwen die vaak een paardenstaart dragen of je krijgt kale plekken door voortdurend met plukjes haar te spelen. Volledig herstel is mogelijk door je haar volledig met rust te laten.

    • Kaalheid door littekens

    Je kan blijvend kaal zijn door littekens van brandwonden of röntgenstraling.

    Mannelijke kaalheid

    Mannelijke kaalheid is de meest voorkomende vorm van kaalheid en is een natuurlijk fenomeen. Ongeveer 60% van de mannen krijgt hier vroeg of laat mee te maken. Doorgaans is deze vorm van kaalheid erfelijk bepaald en het mannelijk hormoon androgeen speelt hierbij een belangrijke rol.

    Meestal beperkt de haaruitval zicht tot bepaalde plekken op je hoofd, zoals bijvoorbeeld de kruin of de haargrens. De haaruitval kan zich nadien geleidelijk uitbreiden, tot enkel nog haartjes rondom de schedel overblijven. Sommigen krijgen al meteen na de puberteit een dunnere haardos, anderen dan weer pas na hun 40ste. Wie hier al op jonge leeftijd last van krijgt, loopt veel risico om volledig kaal te worden.

  • Leven met diabetes: waarop moet je letten?

    Je hebt de diagnose gekregen: suikerziekte. Op zich kan je daarmee nog steeds een aangenaam, normaal leven leiden. Maar daarbij is het ook heel belangrijk om de nodige gewoontes in te bouwen en aandacht te hebben voor wat je doet.

    Helaas moeten we het wel bevestigen: niet alles zal even vanzelfsprekend meer voor je zijn. Je moet inderdaad letten op wat je eet en wat voor lichamelijke inspanningen je doet. En inderdaad: je moet jezelf elke dag controleren en regelmatiger binnenspringen bij je huisdokter. Checken is dus cruciaal. Want zoals men het zegt: je neemt geen vakantie van suikerziekte.

    Belangrijk bij het leven met diabetes is dat je naar je eigen situatie kijkt, en daarop inspeelt. Geen enkele diabetespatiënt is dezelfde, en ook de behandeling is dus uniek. Kijk dus steeds welke voeding en activiteiten in welke mate effect hebben op jou. En probeer daar na verloop van tijd zelf op voorhand op in te spelen.

    Eten: gezond én regelmatig

    In principe mag je alles eten: ook zoetigheden. Puur vasthouden aan suikervrije producten is dus niet nodig. Wat wél nodig is, is goed bij te houden wat je eet. Je mag namelijk niet te veel koolhydraten binnenkrijgen. Deze doen namelijk de bloedsuikers toenemen, wat normaal gezien door insuline in je lichaam onder controle wordt gehouden. Bij diabetes kan je lichaam dit echter niet helemaal zelf.

    Ga ook dagelijks voor een goede hoeveelheid groenten, fruit en peulvruchten. Deze doen de glucosespiegel namelijk minder stijgen.

    Hypo’s en hypers

    Te veel (hyper) of te weinig (hypo) suiker in je bloed is dus een belangrijk gevolg van suikerziekte. Dit kan vele oorzaken hebben: van stress en sporten tot je voeding en zelfs ziekte. Je herkent het meestal aan duizeligheid, trillen, zweten of een vermoeid gevoel.

    Een hypo of hyper kan je zelf gewoon behandelen. Insuline of medicatie is een mogelijkheid, maar ook voeding of wat bewegen helpt in bepaalde gevallen. Hou je wel steeds aan wat je huisdokter of apotheker als raad heeft gegeven. Voor sommige patiënten is het namelijk afgeraden om wat te sporten voor het veranderen van de bloedsuikerspiegel, in plaats van insuline te nemen.

    Belangrijk om wete, bij dit alles, is dat af en toe een hypo of hyper hebben op zich geen probleem is. Zorg er wel voor dat het niet te vaak gebeurt.

    Beweging: een half uur per dag

    Het is goed voor iedereen, maar eens zo hard als je diabetes hebt. Op je eten letten is dus niet voldoende, maar slechts een deel van de behandeling.

    Wij raden je aan om minstens 30 minuten per dag extra te bewegen. Dit moet je wel minimaal een beetje moet zweten en je hartslag iets verhoogt. Kies daarbij wel iets dat je graag doet en dus kan volhouden. Dit hoeft dus niet noodzakelijk hardlopen te zijn: dit mag ook een intensere portie tuinieren of schoonmaken zijn.

    Verzorg je voeten, elke dag

    Diabetes zorgt sneller voor problemen met de bloedcirculatie. Met name aan de voeten kan dit het geval zijn, met als grootste risico een verminderd gevoel hierin door zenuwbeschadiging. Maar ook andere narigheden als gebarsten hielen, veel eeltvorming of een droge huid kan hiervan het gevolg zijn.

    Belangrijk is dus om de voeten dagelijks goed te verzorgen én te checken. Dit samen kan namelijk de problemen serieus verminderen. Was met milde zeep en een zacht, warm washandje en breng nadien zeker de nodige milde lotion op boven- en onderkant aan.

    Bij ziekte: blijven eten en insuline spuiten

    Zeker dit laatste is heel belangrijk, aangezien je lichaam net meer insuline nodig heeft dan normaal. Hou je wel steeds aan de adviezen van je huisdokter. Check hierbij zeker regelmatig je bloedsuikerwaarden.

    Een arts bellen is niet meteen nodig. Doe dit echter zeker wel wanneer je glycemie na meer dan één meting boven de 250 mg/dl blijft, of wanneer je moet overgeven.

  • Wat je ogen je kunnen vertellen over je gezondheid

    De spiegels van onze ziel. Om in te verdrinken als je tot over je oren verliefd bent. Blauw, grijs, groen of bruin. Onze ogen. Maar wist je dat die kijkers ook heel veel kunnen prijsgeven over onze gezondheid?

    Aan de hand van onze ogen kunnen dokters zelfs de eerste symptomen van bepaalde gezondheidsaandoeningen vaststellen. Door naar het netvlies en het vlies achterin het oog te kijken, kunnen oogartsen medische aandoeningen opsporen. En dan gaat het niet enkel om oogaandoeningen als cataract bijvoorbeeld, maar ook om andere ziekten als leveraandoeningen en hart- en vaatziekten.

    TROEBELE OGEN

    Is je ooglens troebel en wordt je zicht daardoor minder, dan kan het zijn dat je aan cataract lijdt. Dit komt vooral voor bij oudere mensen. Bij jongeren is het vaak een bijwerking door het gebruik van bepaalde medicijnen, diabetes of tumoren.

    DROGE OGEN

    Je ogen kunnen ook iets zeggen over je immuunsysteem. Voelen ze bijvoorbeeld vaak droog aan en heb je het gevoel dat je ogen overgevoelig zijn aan licht, dan kan dat iets vertellen over een aandoening aan de immuniteit of wijzen op het syndroom van Sjögren (de slijmvliezen van de mond en ogen produceren te weinig vocht).

    JEUKENDE OGEN

    Jeuk aan en rond de ogen kan vele oorzaken hebben. Meestal echter gaat het om een allergische reactie. Het oog is heel gevoelig voor infecties en allergieën. Pollen, stof, bepaalde dieren: ze kunnen allerlei allergische reacties opwekken. Voelen je ogen en oogleden gezwollen en zelfs pijnlijk aan, dan kan dat ook een teken zijn van een slaaptekort.

    BLOEDDOORLOPEN OGEN

    Hebben je ogen veel gesprongen bloedvaten? Dan kan dit een teken zijn van een hoge bloeddruk.

    TRANENDE OGEN

    Tranende ogen kunnen wijzen op een infectie. Als het oogvocht plakt, heb je naar alle waarschijnlijkheid een bacteriële infectie opgelopen.

    PUPILLEN

    De pupillen in onze ogen staan meestal symmetrisch. Ze hebben dezelfde vorm en reageren ook op eenzelfde manier bij bijvoorbeeld blootstelling aan licht. Is de ene pupil groter of kleiner dan de andere, dan kan er medisch iets aan de hand zijn. Zo zou een verschil en pupilgrootte een teken kunnen zijn van een verhoogde kans op een hartaanval of hersentumor.

    GEEL OOGWIT

    Kleurt het oogwit geel? Dat kan wijzen op een slecht werkende lever. Bij pasgeboren baby’s komt het voor wanneer de lever nog niet volgroeid is. Volwassenen krijgen geel oogwit wanneer er problemen zijn met de lever, galblaas of galwegen. Het oogwit wordt geel door bilirubine, een stof die vrijkomt bij de afbraak van rode bloedcellen.

    DUBBEL ZIEN

    Zie je dubbel of plotseling minder of zelfs helemaal niets meer, dan kan dat een teken zijn van een beroerte. Let dan vooral op andere signalen als niet meer goed uit je woorden komen of gevoelsverlies aan één kant van het lichaam. In dat geval raadpleeg je meteen een arts